De volière
Wat maakt een volière goed voor de vogels die erin wonen?
Niet de oppervlakte alleen, maar de indeling bepaalt of vogels kunnen vliegen, schuilen en elkaar ontwijken. Deze pagina helpt u kijken naar vorm, rust en onderhoud.

Waarom vorm zwaarder weegt dan alleen oppervlakte
Twee volières met dezelfde vloeroppervlakte kunnen totaal verschillend uitpakken. Een lange, rechte vlieglijn geeft vogels de kans om echt te vliegen; een ruimte met veel obstakels in het midden geeft vooral korte sprongetjes. Denk bij het ontwerp dus eerst aan de vrije lijn van links naar rechts.
Beschutting: droog, uit de wind en uit het volle zicht
Vogels hebben plekken nodig waar ze droog zitten, uit de wind, en waar ze zich kunnen onttrekken aan het zicht van mensen, huisdieren en andere vogels. Een nachthok of overdekt deel is daarom een belangrijk onderdeel van een buitenvolière.
Let ook op de richting: ochtendzon kan prettig zijn, terwijl langdurige felle middagzon zonder schaduwplek juist belastend kan worden.
Zitplaatsen en beplanting
Varieer in dikte, hoogte en positie van zitstokken en takken, zodat vogels kunnen kiezen waar ze zitten. Houd de vlieglijn open en zet beplanting en obstakels vooral langs randen en in hoeken.
Zet voer- en drinkplaatsen niet onder favoriete zitplekken. Dat beperkt vervuiling en maakt schoonhouden eenvoudiger.
Bodem en schoonhouden
Kies een bodem die u werkelijk kunt schoonmaken en die niet lang nat blijft. Als u bij het ontwerp al bedenkt hoe u erbij komt — deurhoogte, bereikbaarheid van hoeken, waar water heen loopt — blijft het dagelijkse werk kleiner.
De vaste routines staan bij Verzorging.
Veiligheid: gaas, deuren en ongenode gasten
Een volière moet niet alleen vogels binnenhouden, maar ook roofdieren, ratten en wilde vogels buiten. Let op passende materialen, een goed sluitende deur en de overgang tussen gaas en bodem. Een tussensluis of tweede afsluiting verkleint de kans op ontsnappen.
Contact met wilde vogels is ook belangrijk bij vogelgriep; zie Vogelgriep.